het letterhout kent vele gedaanten
de kerfstok van Tamara
snijdt doorheen de beukenbast
sedert vijfentwintig jaar
maar niemand houdt haar hand vast
haar hartenkreet voor Kenny
schreeuwt vergeefs forever together
het staat in half uncialen bewaard
in een breed vervaagde scheur
betreurt een stam zijn kanker
waar een hart heeft gestaan
dat bedrogen raakte
vanaf hier ontspringt haar schaamte
om wat bijna was
een feest van schamele pijn
die aan de rand bleef kleven
van haar bijna halve leven
dat offline is geweest
opgeschaald klinkt haar verhaal
als boring of niet cool
als awkward of als saai
niets was echter minder waar
zij leefde in het echt
de simpele moraal
van voor het eten thuis
en niet te veel lawaai
voelde de ander aan
tot waar die het verdroeg
van 's avonds laat tot 's morgens vroeg
hadden zij elkaar
als ontdekkingsreis tegoed
de geur van jongens en van gras
zij voelde zijn glooiïng bij het glas
de groei van lust en leven  
voorzien van bier of wijn
daarmee vulde hij haar lijf
dat als mede op hem geilde
waar hij diep naar binnen zeilde
langs haar slip tot in haar brein
er was nog geen fictief kanaal
geen virtueel belet
dat de eenzamen keurslijfde
van biseksueel tot anaal
zij voelden elkaar in het echt
onder al hun kleren aan
de glooiïngen en het gras
geurden naar mos en vocht
onschuldig was haar mond
een kus waaruit een hemel ontstond
en duizend gouden zalen
van goden en van Azen
zwaaiden open als een schrijn
waarin Venus zelf verdwaalde
ik zie de kerfstok van Tamara
en ik voel haar schaamte
losgescheurd uit Adams rib
en uit Kenny's genade
sedert vijfentwintig jaren
nu alweer de veertig voorbij
kijkt zij in de spiegel
en zij pleit zichzelf vrij
niet zonder mededogen
met zij die worden voorgelogen
door het digitale scherm
dat de geblondeerde droom
van de nieuwe jeugd
leegzuigt aan een pik
de vuurrode gestifte lippen
van Botox braadkippen
zuigen resten liefde weg
die al werden benomen
waar Kenny al zou zijn gekomen

achter een scherm
een vuist vol pech