mijn dochter en een tank die getuigt

ik hoor de beginselen van je meisjesverstand
met huiver in mijn schouders aan
je vraagt me wat voor ding dat is
die tank daar op de Jan Van Rijswijcklaan
je vlasblonde haren ze waaien tegen de ruit van tram twee
die uitkijkt op een fontein met spuwende leeuwen
in het bitterblauw de ernst van je ogen
die mij aankijken met de ondraaglijke lichtheid van het bestaan
je verrast mij onaangenaam
want jij spreekt met weetgierigheid van zaken
ik zwijg me schuldig aan een tijd
die vijftig miljoen doden eiste
lang voor ik of jij bestond
ik haper op de juiste zin en beloof je die voor later
maar jij duldt geen uitstel
en zeker niet van executie
je zegt met ernst in je ronde ogen
papa... je moet de wereld bekennen zoals die is
want ik wil van hem leren 
ik zeg 
als kinderen ruzie maken
om een stukje van een taart
zijn er altijd wel die een groter willen
en sommigen willen schoppen 
of andere kindjes slaan
als staten ruzie maken
om een stukje op de kaart
gaat dat over staal of kolen
en alles wat de grond aangaat
wat oorlog allemaal met zich brengt
is geen overwinning waard
het is het excuus van het kwaad
waar niemand ooit van wint 
dat ding dat daar staat is een tank
zij staat daar om te onthouden
dat we moeten blijven praten
zonder wie of wat te haten
zij staat daar en bedankt
omwille van een stukje taart
dat je mag bewaren
zonder dat men het van je pakt